Claude en Juliette DALLEMAGNE
Claude Dallemagne werd geboren te Brugge op 15 september 1917 in een eerder artistiek milieu. Zijn vader was namelijk regisseur bij de Brusselse Muntschouwburg. Hij studeerde af aan de U.L.B. in 1941 als licentiaat Filosofie en Letteren, sectie Geschiedenis en begon dan een voor de hand liggende loopbaan in het onderwijs. Al zeer vlug stuitte hij echter op een muur van onbegrip en wantrouwen bij de academische overheid omwille van zijn eigengereide en onconventionele benadering van het geschiedenisvak: zijn toch wel originele manier van onderrichten louter aan de hand van de oude munten die hij sinds jaar en dag verzamelde, waarmee hij zijn leerlingen de sociale, politieke en geschiedkundige achtergronden illustratief poogde bij te brengen, kon zijn hiërarchische meerderen slechts matig overtuigen.
Officieel om gezondheidsredenen verkoos hij in 1953 een open confrontatie uit de weg te gaan en besloot zich los te weken uit het naar zijn gevoel dogmatische keurslijf waarin middelmatigheid en slaafsheid triomferen en waarin hij het gevoel had te stikken. Daar hij sindsdan over een zee van tijd beschikte, begon voor hem een ware obsessieve schattenjacht die slechts zou eindigen bij zijn overlijden in 1986.
Zijn voorliefde voor de levenskunst en de universele cultuur van de 18e-eeuwse kosmopolitische mens zette hem ertoe aan zich niet te beperken tot de louter Belgische en Franse stukken, maar integendeel de landsgrenzen te overstijgen en zijn horizon te verleggen naar talrijke andere Europese landen. Dit heeft voor gevolg dat de bezoeker van de zilvercollectie van Laarne een brede waaier van kunstwerken te bewonderen krijgt uit de 15e tot en met de 18e-eeuw. Voor de specialisten in de materie dient zich daardoor tevens de mogelijkheid aan zeer interessante vergelijkingspunten te onderkennen.
Talrijk zijn ook de gelijkgestemden van Claude Dallemagne die mochten delen in zijn kennis, door zijn smaak werden beïnvloed of door hem werden gevormd.
Aan de meeste stukken die hij gedurende al die jaren opspoorde en soms ten koste van grote materiële inspanningen verwierf, is veelal een geschiedenis verbonden die tot leven kwam in de vele conversaties die hij voerde met de bezoekers en waarbij hij blijk gaf van een uitzonderlijk geheugen. Te betreuren valt dat hij steeds geweigerd heeft die kennis op te tekenen; meer nog dat er zelfs zolang hij leefde geen catalogus mocht worden samengesteld.
Misschien door een speling van het lot was zijn eerste belangrijke vondst een paar Gentse getorste zilveren kandelaars uit 1772. Toen hij jaren nadien voor de eerste maal de machtige torens van het slot van Laarne (bij Gent) voor zich zag opdoemen, formuleerde hij bij zichzelf enthousiast de wens dat indien men ermee zou instemmen, dit middeleeuwse ridderslot voortaan het schrijn zou vormen voor zijn verzameling.
Mettertijd kon hij tot een overeenkomst komen met de toenmalige voorzitter van de Koninklijke Vereniging der Historische Woningen van België (K.V.H.W.B.), eigenares van het slot, ridder Joseph de Ghellinck d'Elseghem. Alles werd in het werk gesteld om zeer vlug dat gedeelte van het kasteel dat de kunstschatten zou herbergen, en de appartementen voor de verzamelaar en zijn echtgenote, te restaureren. Claude Dallemagne werd aangesteld als conservator voor het leven van het slot en het domein. Op 21 maart 1965 werd het museum officieel voor het publiek geopend. Het werd sindsdien vereerd met een bezoek van H.M. Koningin Fabiola.