Gedurende meer dan twintig jaar verbleef het echtpaar in het slot. Gaandeweg deelde ook Juliette Dallemagne de passie van haar man en stilaan werd alles ondergeschikt gemaakt aan de verdere uitbouw van de verzameling. Claude Dallemagne had zijn hart immers exclusief verpand aan het verzamelen van zilver. Hij werd als het ware verteerd door een onweerstaanbare drang naar nieuwe ontdekkingen en door de obsessie steeds meer en nog mooiere stukken te verwerven. Minder relevante stukken die hij vaak aankocht aan een fractie van de eigenlijke waarde, verkocht hij door aan het volle pond om met die opbrengst weerom op jacht te kunnen gaan. Nagenoeg dagelijks doorkruiste hij het land met het openbaar vervoer, gekleed in een oude regenmantel en voorzien van meerdere plastic boodschaptassen die hij hoopte gevuld te krijgen op veilingen of bij particulieren die in geldnood verkeerden. Zulks vergde zware opofferingen en ging ten koste van zijn gezondheid, van zijn comfort en ook van het beheer van de rest van het kasteeldomein. Zo wantrouwde hij elke vreemdeling. En als een stukgegaan apparaat in het slot diende te worden hersteld of vervangen, hield hij gedurende heel de duur van de werkzaamheden de wacht bij zijn kunstschatten met een tweeloopsgeweer.

 Toen prins Alexandre de Merode aantrad als voorzitter van de v.z.w. - die naast het Slot van Laarne, ook de kastelen van Beersel en Aigremont in bezit had-  kwam het tot een diepe breuk met de conservator. De nieuwe voorzitter kleefde namelijk het aloude Vlaamse gezegde aan “gegeven is gegeven” en kon het niet hebben dat Dallemagne wel eens een zilverstuk uit de toonkasten omwisselde. Ook al omdat deze waren geïnventariseerd door het Provinciebestuur. De Merode wou niet verantwoordelijk worden gehouden voor ontbrekende stukken in het legaat.

Tengevolge van dat verschil van mening besloot het echtpaar Dallemagne de 446 sinds 1965 bijkomend verworven zilveren voorwerpen niet aan het Slot te zullen schenken zoals eerst voorzien, doch aan het kasteel van Seneffe, eigendom van de Franse Gemeenschap. En zo komt het dat er sinds 1978 twee collecties Dallemagne zijn.

Mevrouw Dallemagne, geboren Juliette Remy, (Ille et Vilaine, Frankrijk, 22 april 1919) bleef na de dood van haar man op 21 februari 1986, nog enige tijd in Laarne wonen. Zulks in afwachting dat haar appartementen in Seneffe -waarvan de vloeren werden voorzien van de mooiste parketten en de muurstoffering speciaal werd geweven op de originele 18e-eewse getouwen- eindelijk zouden klaar zijn.
Juliette Dallemagne had heel haar leven last van een etterende beenwonde die maar niet wou genezen en die dagelijks verzorging behoefde. Toch was ze de tijdens haar laatste jaren in Laarne goed gehumeurd en tintelden haar schrandere ogen weerom. Eens haar intrek genomen in Seneffe begon ze aan de samenstelling van een derde collectie. Op dit ogenblik is het niet duidelijk waar deze zich bevindt. Het kinderloze echtpaar had geen erfgenamen.Op 23 juni 1994, niet zo lang voor haar overlijden werd zij door Koning Albert II in de Adel verheven met de titel van barones.

De Collectie Dallemagne van Laarne omvat thans meer dan vierhonderd stukken en is van een onschatbaar artistiek, cultureel en historisch belang. Met de samenstelling van de inventaris werd een grote lacune rechtgezet. Onze oprechte dank gaat dan ook uit naar de Provincie en in het bijzonder naar Bestendig Afgevaardigde Jozef Dauwe, naar Directeur Andréa De Kegel en naar Jan Van Damme die instond voor de samenstelling.
Paul jonkheer de PESSEMIER ’s GRAVENDRIES
Bestuurder van de Koninklijke Vereniging der Historische Woningen & Tuinen van België
en van het Slot van Laarne
HOME.
Historiek 1.
Cl.&J. Dallemagne.
Bezoek & Contact.
Verhuring Slot.
Onze Vereniging.